Arme grootmoeder
Mijn moeder heeft deze week het wijze besluit genomen de soapserie Thuis niet meer te volgen. Helaas heeft ze die beslissing niet genomen omwille van de reden waarvoor ik het kijken zou laten, namelijk de slechte acteerprestaties en de zwakke verhaallijn, maar om een andere reden. Ze kijkt al tien jaar en er komt maar geen eind aan. Ook is ze het beu om steeds de afleveringen op te nemen wanneer ze niet thuis is om naar Thuis te kijken. Thuis, thuis, oei, nu ben ik zelf in de war. Maar goed, de reden is niet zo belangrijk, als het resultaat er maar is. Kiezen tussen Familie of Thuis ga ik niet doen, ik wil nu eenmaal geen dreigbrieven van doorwinterde soapfans gemaakt van uitgeknipte lettertjes uit de krant ontvangen. Soapseries zijn trouwens te vergelijken met drugs. Enerzijds verslavend, en anderzijds brengen ze ernstige schade toe aan de hersenen. Dus beste ouder, als u nog eens een zakje wit poeder of een plantje met een zestal blaadjes terugvindt in de binnenzak van de jas van uw oogappel, maakt u zich dan vooral niet meteen kwaad, maar wees blij dat uw kind niet alle dagen naar een man van zesendertig die een jongen van vijftien speelt en een godvergeten zanger aan een bureau kijkt in de soapserie Familie. Moet ik me steeds veilig stellen door te zeggen dat ik nu geen drugs promoot maar het gewoon als vergelijking gebruik om mijn standpunt duidelijk te maken? Bekrompen zielen die zelfs de vervaldatum op een pak rijst niet kunnen lezen moeten zich aan deze tekst al zeker niet wagen.
Maar ik moet toegeven, de soaps of telenovelles – of hoe je ze ook noemen wil – van tegenwoordig zijn nu eenmaal zo realistisch, dat ze best de moeite zijn om te volgen. Een jongen die tot zijn twaalfde in de bewoonde wereld heeft geleefd, dan op een onbewoond eiland heeft gewoond tot zijn zevenentwintigste is volgens alle logica vergeten wat een venster is en springt rond als een aap. Volgens mij lag er op dat onbewoond eiland maar één VHS film om te kijken, de voltallige tv-serie Tarzan uit 1966, die op ‘repeat’ stond tot de band stuk was of tot de stroom – afgetapt van zijn knijpkat – te zwak werd. Je weet wel: “Me Jeroen, you Nathalie…” Oeps, ik bedoel natuurlijk “Me David, you Sofie…”. Ik laat me al helemaal meeslepen. Acteurs zijn natuurlijk niet écht, maar, ze zijn dan ook zo realistisch! Nee, dat meen ik natuurlijk niet. Zo erg dat ik “Simonneke” roep als ik Marleen Merckx tegen kom op straat ben ik nog niet. Nochtans zijn er genoeg van zulke mensen. Het zijn diegenen die de televisie luider zetten om met de reclame mee te zingen, of verslaafd zijn aan Scrabble. Stel je maar eens voor dat er op je doodsprentje staat: “Hij wist bijna altijd een woord…”. Stel je maar eens voor dat je alleen daardoor herinnerd wordt. Maar goed, ik dwaal af. Ik had het over hoe realistisch soaps zijn, of juist niet. Het leven zou soms misschien wat meer moeten zijn zoals in soapseries. Als je gedumpt wordt vindt je binnen de twee afleveringen een nieuw lief, en als je flauwvalt wordt je tijdens je buitenbewustzijn bijgeshminkt! Wie droomt daar nu niet van? Dat mijn spellingscorrector ‘Simonneke’ niet aanvaardt als woord kan ik nog begrijpen, ik zou het zelfs niet eens fijn vinden, maar ‘bijgeshminkt’? Wat is daar nu mis mee? Ik weiger trouwens te geloven dat mijn ergernis aan het personage Bianca uit thuis, Merel De Vilder Robier, te wijten is aan haar pukkel. Ik heb al eens geprobeerd er een zoutstokje voor te houden, maar dat hielp niet.
Voor de volledigheid een lijstje van acteurs en actrices in soapseries die wél kunnen acteren: Kurt Rogiers, Leah Thys, en euhm… euh, euh, ja ik geef het op.
Wat me uitermate verrast in soapseries – die ik al gezien heb, want ik hoor je al mompelen: “ja ja, hij heeft het wel allemaal gezien hé!” – is dat de namen van de personages best meevallen. Frank, Luc, Rita, Peter, ja het zijn namen die echt bestaan. Als je tegenwoordig in het geboorteregister kijkt zijn de namen van pasgeborenen vaak bedacht door iemand met een spraakgebrek die al roepend het gereedschap van een schrijnwerker van voor de Eerste Wereldoorlog probeert op te noemen. Al gehoord? Denk maar aan Liam, Wolk, Stier, Jayden, Thymen, Jada, … De norm lijkt dezer dagen onuitspreekbaar te zijn. Arme grootmoeder die – al had ze geen kunstgebit nodig – geen letter Engels uit haar vol met speeksel gelopen mond krijgt. Die laatste naam aanvaarden we gewoon, omdat de moeder wereldberoemd is. Dan kan het! Niks tegen Kim Clijsters, maar zij heeft ook niet zo’n dankbare naam. Ze heeft het geluk geen platte voorkant te hebben, en een gezicht dat duidelijk haar geslacht bepaalt. Maar zo simpel is het niet altijd. Probeer maar eens aan de hand van de naam het geslacht van een kind te achterhalen, als je daarover twijfelt: “Hoe heet jij?”, “Kim.”, daar sta je dan. Of: “Aaah proficiat, hoe heet de kleine spruit?”, “Chris.”, “Hoera, het is een…euh…een euhm?”.
Maar ja, waar stellen we ons vragen bij? Denk beter eens na over de vraag wat je moet doen als je op het toilet zit en de bel gaat.
Bedankt om mijn zin en onzin te lezen, je mag zoals steeds reageren, dat doe je hieronder, of via welk kanaal – dat nu hip is – dan ook.


about 7 months ago
Jan, zeer mooi geschreven! Echt chapeau!
Zalige zinnen die uw sublieme mening naar de buitenwereld brengen. Ik kan niet meer zeggen dan, jazeker, zo is dat! Doe zo voort, ik lees mee!
about 7 months ago
goeie ouwe jan
nog steeds dezelfde zo te zien
about 5 months ago
Ik kon mij hier helemaal in vinden ^^ leuk geschreven. Nu nog “vindt je” in “vind je” veranderen en het is helemaal geweldig xD